Ophokplicht

Het valt niet mee om bijna 4 jaar oud te zijn. Natuurlijk, het is een feest als je 4 jaar wordt: voor het eerst naar school, een echte schooltas, een klas vol nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. En als je 4 wordt is de juf of meester nog steeds je allergrootste vriend of vriendin. Kleine R staat al maanden te springen om naar school te gaan. 4 worden is dan ook niet het probleem. Bijna 4, daar gaat het om, want tot die tijd moet je het maar mooi even uitzingen op het kinderdagverblijf.

En bij ons is de gang naar het kinderdagverblijf al maanden een lijdensweg. Ergens eind augustus begon het al. We dachten nog, ach, zo net na de vakantie, misschien dat ze weer een beetje moet wennen. Schreeuwen, huilen, op de grond gaan liggen, emotionele chantage. We zijn inmiddels gehard, want ze zet alle wapens in om maar niet naar het kinderdagverblijf te hoeven. En elke ochtend dikke tranen natuurlijk. Ze vindt er gewoon niets meer aan. Na maanden keihard verzet heeft ze zich er min of meer bij neergelegd. Natuurlijk komen er ’s morgens nog wel een paar tranen. Maar als ze haar boterham opheeft, zegt ze een beetje treurig ‘Mama, ik maakte maar grapje hoor’ en ze doet haar best om er een lachje uit te wringen. Haar sterkste wapen tot nu toe. En ze heeft het niet eens in de gaten.

Nou maakt ons kinderdagverblijf op de website reclame met ‘speciale aandacht voor 3,5-4 jarigen’. Sterker nog, er is een project om te voorkomen dat deze kinderen zich vervelen. Maar in de praktijk is kennelijk alles anders. Aan alle kanten wordt bezuinigd. En de groepsleidster van kleine R zegt ‘dat er helaas geen plekken meer in het project zijn voor kinderen uit haar groep’. Ja ja. En als reactie op mijn verhaal dat kleine R absoluut geen zin meer heeft om te komen, krijg ik te horen ‘Als ze hier is, heeft ze het prima naar haar zin hoor’. Dan zeg ik ‘Maar ze is de oudste van de groep, al haar vriendjes en vriendinnetjes zijn weg, dat is toch niet leuk voor haar, kunnen jullie haar niet wat meer uitdagen’. De reactie is: ‘Nou, kleine R. kan zo goed zelf spelen, echt heel knap. Ze vermaakt zich prima’. Geen enkel aanbod om haar wat extra uitdaging te bieden.

Zucht. Kennelijk heeft de ophokplicht ook bij de kinderdagverblijven zijn intrede gedaan. Want meer dan kleien, tekenen en buiten spelen (als het mooi weer is), is het kennelijk niet. Natuurlijk vind ik het belangrijk dat kleine R. met andere kinderen leert spelen. Maar ik vind dat je best wat meer mag verwachten van een kinderdagverblijf. Gelukkig gaat kleine R maar een keer in de week naar de opvang en hebben we het verder op een andere manier kunnen regelen. En thuis kunnen we wel andere dingen ondernemen. Samen boodschappen doen, haar laten betalen, samen letters oefenen, moeilijke puzzels maken, samen koken en haar laten wegen. Misschien moet ik wat minder thuis mijn best doen, zodat ze de crèche leuker gaat vinden.

Dus nu ben ik op zoek naar manieren om mijn bijna 4-jarige wat meer uit te dagen. Je kan een kind toch niet continu voor de televisie zetten om haar stil te houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s