Mijn eigen standbeeld

 

Van de eerste vier jaar van je leven herinner je je vaak niet veel. Uitzonderingen daar gelaten natuurlijk. Mijn allereerste herinnering is van een vakantie in Parijs. In 1978 of 1979, en ik was twee of drie jaar oud. Samen met mijn vader, moeder en oma op vakantie. Mijn moeder vertelt elke keer heel smakelijk over hoe ze mij, zodra ik ’s ochtends wakker werd, met een luier in mijn hand de gang van het hotel opstuurde naar de kamer van oma om verschoond te worden. Daarvan kan ik me niets herinneren.

Vreemd genoeg heb ik een hele duidelijke herinnering van de beeldentuin van het paleis in Versailles, waar we tijdens diezelfde vakantie zijn geweest. Ik droom er nog wel eens van. De standbeelden in de tuin vond ik prachtig. Ik wilde vervolgens per se mijn eigen standbeeld, daar was ik niet vanaf te brengen. Daarom heeft Oma stad en land voor mij afgelopen. En ze vond een standbeeld voor mij: een kleine replica van de Venus van Milo die in het Louvre staat. Het beeldje staat nog steeds in mijn boekenkast. Maar dat is dan ook gelijk mijn enige herinnering van voor mijn vierde jaar. De rest is een groot zwart gat.

Kleine R. nu bijna drie. Elke dag leert ze iets nieuws. Ze wordt zo snel groot. Ik vraag me af of ze later nog iets weet over alles wat we samen doen: samen naar de dierentuin, naar de kinderboerderij, naar de verjaardag van haar nichtje. Haar bezoekjes aan opa en oma, die bovendien eens in de week oppassen. Waarschijnlijk niet. En dat vind ik erg jammer.

Wat ik vooral erg jammer vind is dat ze zich waarschijnlijk later helemaal niets meer herinnert van mijn oma. Oma-oma, zoals ze haar noemt. Ik ben met mijn kleine meisje vaak bij oma-oma op bezoek geweest. Elk bezoek klimt R. op een stoel om in de kast de vogeltjes te bestuderen, ze danst een rondje, geeft de plantjes water, plukt madeliefjes voor oma-oma, maakt puzzeltjes en kwebbelt honderduit. Ze is gek op de lange vingers uit het groene koekblik. En ze leest graag samen met oma-oma de huisbode, want daar staan mooie plaatjes in. Straks is ze dat allemaal vergeten. En nieuwe herinneringen kunnen we niet meer maken, want oma-oma is in augustus overleden. Het groene koekblik staat nu bij mij in de kast.

Wat moet je als ouder doen als je wil dat kinderen zich later meer herinneren? Eigenlijk is het heel simpel. Je kan het geheugen een handje helpen. Dat staat in Psychologie Magazine (maart 2011). Bijvoorbeeld door samen met je kind de gebeurtenissen van de dag door te nemen. Bij het eten, of bij het slapen gaan. De truc is kennelijk dat je niet alleen moet herhalen wat je kind heeft beleefd.  Je gaat als het ware dieper op een gebeurtenis in. De Jongh noemt dat ‘elaboreren’: bij een bepaalde gebeurtenis voeg je informatie toe, of je geeft meer informatie.  Stel dat een kind naar een crematie is geweest en het vertelt over de mooie bloemen. Dan kan je als ouder wellicht vertellen wat voor een bloemen het waren, hoe ze heten en wie ze gegeven hebben. Of je kan vertellen dat de muziek ook heel mooi was. Vragen over ‘wie’, ‘wat’ en ‘waar’ helpen daarbij. Hoe meer je ‘elaboreert’ bij kinderen tussen de 2 en 4 jaar oud, hoe vroeger hun eerste herinnering 10 jaar later is!

Ik ga het in ieder geval proberen! En jullie, gaan jullie het ook proberen? En wat jouw vroegste herinnering?

Meer info: biopsycholoog Reinoud de Jongh, psychologie magazine maart 2011, redactie@psychologiemagazine.nl (onderwerp breinbrekers)

Een Reactie op “Mijn eigen standbeeld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s